Waarom zijn juist deze gebieden onderzocht?
In deze gebieden staan genoeg appartementengebouwen dicht bij elkaar om een warmtenet mogelijk te maken. En woonstichting JOOST heeft in deze twee gebieden veel bezit. De gemeente en de woonstichting zagen op basis van deze kenmerken kansen voor een warmtenet.
Resultaten haalbaarheidsonderzoek warmtenet
Voor het aardgasvrij maken van de gebieden Brederodeweg en Boxtel Noord wordt een warmtenet met een aanvoertemperatuur 70 graden aanbevolen, waarmee de bestaande radiatoren in de hoogbouwcomplexen van JOOST rechtstreeks verwarmd kunnen worden. Begin hierbij kleinschalig, met bijvoorbeeld één enkel cluster gebouwen in het gebied Brederodeweg of Boxtel Noord. Dit beperkt de financiële risico’s en organisatorische complexiteit.
Een andere variant met aanvoertemperatuur 16 graden voor alleen de hoogbouw van JOOST in beide gebieden is niet specifiek voor de hoogbouwcomplexen onderzocht. Daarbij moet door middel van een warmtepomp in de hoogbouwcomplexen die temperatuur nog wel opgehoogd worden naar de gewenste temperatuur. Deze variant leidt tot meer duurzaamheid en comfort en leidt tot lagere kosten over de gehele levensduur, maar vraagt meer investeringen in de isolatie en afgiftesysteem (bijvoorbeeld nieuwe lage temperatuur radiatoren) dan de 70 graden-variant. In beide varianten kan thermische energie uit de Dommel als basis gebruikt worden.
Hoe nu verder?
JOOST heeft gereageerd op het onderzoek van Merosch en wil de 70 graden-variant open houden, maar wil bij voorkeur streven naar de mogelijke nieuwe 16 graden-variant. Voor deze hoogbouw maakt JOOST allereerst een plan voor isolatie, want het goed isoleren van de woningen staat voorop. Betaalbaarheid voor JOOST en voor de bewoners nu en in de toekomst en draagvlak voor een mogelijk warmtenet onder bewoners zijn belangrijke voorwaarden in dit proces.
In de periode 2023-2025 zal hier definitieve besluitvorming over plaats moeten vinden. In de tussentijd blijft JOOST met de gemeente in contact over de uitvoering van de warmtetransitie en blijven we samenwerken om de opgave richting aardgasvrij steeds concreter te maken.