Bekijk de besluiten en documenten van het college over uitgifte zonneparken
Op 15 december 2020 vergaderde het college van burgemeester en wethouders. Ook de uitgifte van zonneparken stond op de agenda. Bekijk de besluiten en documenten over zonneparken.
Criteria voor toetsing plan
Ingediende initiatieven worden onder meer getoetst aan de zogeheten zonneladder. Deze ladder geeft aan dat eerst het potentieel aan zonnepanelen op daken moet worden benut (trede 1). Zon op dak is vergunningvrij en we kunnen dit als gemeente niet reguleren, maar wel stimuleren. Vervolgens komen parken in gebieden waar verstedelijking afweegbaar is in aanmerking (trede 2). In de laatste plaats wordt gekeken naar de mogelijkheden voor zonneparken in de rest van het landelijk gebied (trede 3).
Boxtel neemt in eerste instantie alleen initiatieven uit trede 2 in behandeling. Als de beschikbare 50 hectare niet wordt benut of als de initiatieven uit trede 2 onvoldoende kwaliteit bezitten, komen de hoogst scorende initiatieven in trede 3 in aanmerking. In de visie is door middel van 6 stappen de beoordeling van initiatieven beschreven.
Bij die beoordeling wordt getoetst op:
- De borging van de ruimtelijke kwaliteit van het zonnepark.
- Welke manier de omgeving participeert in het project.
- Toename van de biodiversiteit op en direct nabij de projectlocatie.
- De maatschappelijke kosten voor inpassing op het elektriciteitsnetwerk.
- Invulling van de waterbergingsfunctie in een gebied met een waterbergingsopgave.
- Afname van de stikstofdepositie in een zone van 1 kilometer rondom de Kampina.
- Toename van de recreatieve en toeristische waarde.
Als je meer informatie hierover wilt, wordt er in het laatste kopje op deze pagina de prioritering van deze 7 criteria toegelicht.
De volledige omschrijving kun je vinden in de visie zonne- en windenergie Boxtel. Een afwegingskader voor zonneparken en een verkenning van het potentieel voor windparken, juli 2020’. De visie is vastgesteld in de raadsvergadering van 22 september 2020 (agendapunt 9, bijlage 1).
Stap 1: Initiatief indienen
Het indienen van een initiatief wordt beschouwd als een principeverzoek, waarover leges in rekening worden gebracht. Dit verzoek bevat minimaal:
- Een situatieschets met begrenzing en opstelling panelen, omvormers, gebouwen en landschapselementen.
- Technische gegevens (panelen, omvormers, montagesysteem, aansluiting op elektriciteitsnetwerk).
- Concept-inrichtingsplan waarin verantwoord wordt waarom de locatie geschikt is, hoe de omvang wordt ingepast binnen het landschap, en hoe de maatschappelijke meerwaarde en het meervoudig ruimtegebruik worden vorm gegeven.
- Concept-participatieplan: de beoogde proces- en financiële participatie. Hieruit moet duidelijk worden hoe invulling wordt gegeven uit het streven uit het Klimaatakkoord naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap. Hierdoor moet de lokale gemeenschap zeggenschap kunnen krijgen in het zonnepark en moet in het plan omschreven zijn hoe dit juridisch geborgd wordt.
Het is in deze fase nog niet noodzakelijk/wenselijk om al in contact te treden met omwonenden en andere belanghebbenden. We willen alleen een voorstel van de door jou beoogde werkwijze.
Stap 2: Toetsing op ontvankelijkheid
Na indiening worden de ingediende initiatieven getoetst op ontvankelijkheid. Niet ontvankelijke initiatieven krijgen twee weken de tijd om hun initiatief aan te vullen. Als deze niet worden aangevuld binnen deze termijn, worden deze buiten behandeling gelaten en kunnen ze eventueel in een volgende ronde meedoen.
Stap 3: Inhoudelijke beoordeling
Hierna volgt de inhoudelijke beoordeling en wordt een advies gevraagd aan de Werkgroep Uitvoering Bestemmingsplannen Buitengebied Boxtel (WUBBB), die is aangevuld met twee door het college aangewezen externe deskundigen ter ondersteuning van de werkgroep voor wat betreft de beleidsvelden opgave energietransitie en participatie. De vergaderingen van de commissie zonneparken zijn –in tegenstelling tot de vergaderingen van de WUBBB- niet openbaar. Daarbij wordt het initiatief getoetst aan de Beleidsregel en Handreiking Kwaliteitsverbetering voor het Buitengebied (gemeente Boxtel, 2015).
Stap 4: Voorkeursvolgorde initiatieven
Aan de hand van de inhoudelijke beoordeling en het advies van de WUBBB wordt een voorkeursvolgorde ter besluitvorming voorgelegd aan het College. Hieruit blijkt of initiatiefnemers een aanvraag in kunnen dienen voor een tijdelijke omgevingsvergunning met een looptijd van 15-25 jaar. Het advies van de commissie zal na besluitvorming bekend worden gemaakt.
Stap 5: Omgevingsdialoog en overeenkomst
De initiatiefnemers binnen de eerste 50 hectare uit de voorkeursvolgorde kunnen starten met een omgevingsdialoog. Hierin dient het concept participatieplan concreet gemaakt te worden door een dialoog te voeren met omwonenden en andere relevante partijen, zodat duidelijk is of er draagvlak in de omgeving aanwezig is. Ook moet inzichtelijk zijn hoe de exploitatie van het zonnepark wordt uitgevoerd en welke entiteit de projectorganisatie krijgt. Voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning dient een exploitatie- en nadeelcompensatieovereenkomst tussen de gemeente en aanvrager worden gesloten, die in ieder geval het volgende bevat:
- Exploitatie van het zonnepark (betrokken investeerders);
- Realisatie en beheer van de landschappelijke inpassing;
- Realisatie en beheer maatschappelijke meerwaarde;
- De proces- en financiële participatie;
- De verwijdering van het zonnepark en het herstel van het oorspronkelijke gebruik;
- Het verhalen van eventuele nadeelcompensatie bij de aanvrager en de vergoeding van gemeentelijke procedurekosten.
Stap 6: Aanvraag Omgevingsvergunning
De initiatiefnemers die een aanvraag kunnen indienen, moeten binnen 6 maanden na bekendmaking door het college een ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning indienen. Deze aanvraag moet voorzien zijn van een ruimtelijke onderbouwing. Daarnaast moet de uitvoerbaarheid van de businesscase aangetoond zijn (afspraken grondeigenaar en netbeheerder).
Stap 7: Beoordeling omgevingsvergunningaanvraag en verlening van de vergunning
In deze fase wordt de omgevingsvergunningaanvraag beoordeeld en de vergunning verleend. Ook wordt getoetst of de aanvraag overeenkomt met het ingediende initiatief. Op basis hiervan kan een subsidie SDE++ worden aangevraagd of gebruik gemaakt worden van de postcoderoossubsidie. Op grond van het Besluit vereiste verklaring van geen bedenkingen Boxtel van 10 december 2019, is voor zonneparken buiten de bebouwde kom groter dan 1,5 hectare of met een bebouwingsoppervlakte groter dan 2.500 m2 een VVGB van de gemeenteraad, verplicht om daarvoor een omgevingsvergunning te verlenen.
DISCLAIMER:
- Een opname van een initiatief in de voorkeursvolgorde houdt niet automatisch in dat hiervoor ook netwerkcapaciteit beschikbaar is. Vanwege transportschaarste kan het zo zijn dat een initiatief waarvoor vergunning en subsidie verleend is moet wachten op een vergroting van de netwerkcapaciteit, voordat het zonnepark aangesloten kan worden. Dit is een taak van de netwerkbeheerder, maar als gemeente en commissie proberen we daar wel zo veel mogelijk rekening mee te houden.
Procedure beoordeling initiatieven zonneparken inclusief reactie inwoners locaties
In het onderstaande schema zijn alle bovengenoemde stappen opgenomen:
Wanneer |
Wat |
Wie |
Stap 1 |
Indienen initiatief (principeverzoek)
|
Initiatiefnemer |
Stap 2 |
Toetsing op ontvankelijkheid |
Ambtelijk |
Stap 3 |
Inhoudelijke beoordeling |
Advies WUBBB |
Stap 4 |
Vaststellen voorkeursvolgorde:
|
College b en w |
Stap 5 |
Beeldvormende raad voorkeursvolgorde:
|
Gemeenteraad Opmerking: Dat kan bijvoorbeeld ook door middel van een schouw/bijeenkomst op locatie |
Stap 6 |
Aanvraag omgevingsvergunning |
Initiatiefnemer |
Stap 7 |
Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning |
Ambtelijk |
Stap 8 |
Verlenen vergunning |
College van B en W |
Stap 9 |
Verklaring van geen bedenkingen voor zonneparken buiten de bebouwde kom groter dan 1,5 hectare of een bebouwingsoppervlakte groter dan 2.500 m2. |
Gemeenteraad |
Toelichting 7 criteria
1. De borging van de ruimtelijke kwaliteit van het zonnepark (A3)
Ruimtelijke kwaliteit is leidend. Verzoeken voor zonneparken die (geheel) zijn gelegen in gebieden die in de visie worden uitgesloten. Deze worden niet verder beoordeeld en uitgesloten van opname in de voorkeursvolgorde. Vervolgens moet het park aansluiten bij de gemiddelde kavelmaat in het gebied en moet er sprake zijn van een passende en robuuste landschappelijke inpassing. Door de indiener dient het streven naar de inzet van landbouwkundig minder geschikte gronden gemotiveerd te worden. Indien er sprake is gronden in de groenblauwe mantel of grond met een waterbergingsopgave dient gemotiveerd te worden, hoe in of nabij het zonnepark een bijdrage wordt geleverd aan landschap, ecologie of waterberging. Initiatiefnemer maakt duidelijk waarom dit project op deze locatie moet plaatsvinden en waarom dit een goede landschappelijke inpassing heeft. Bovendien maakt de initiatiefnemer duidelijk welke negatieve en positieve aspecten kleven aan het initiatief op deze locatie. Alleen verzoeken waarbij de ruimtelijke kwaliteit in voldoende mate is geborgd, worden gewogen ten opzichte van elkaar (relatieve waardebepaling) op de ruimtelijke kwaliteit (met voorrang in trede 2) en vervolgens onderling ten opzichte van elkaar gewogen op de overige criteria 2 tot en met 7. De weging van dit criterium is 25% van de totale score.
2. Welke manier de omgeving participeert in het project (A1)
De mate waarin de omgeving kan participeren in het project vormt een belangrijk criterium. Hierbij dient gemotiveerd te worden hoe de omgeving (bv omwonenden, inwoners gemeente of regio) financieel kunnen participeren in het streven uit het Klimaatakkoord naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap. De mate van zeggenschap van de omgeving wordt hierbij beoordeeld. De financiële participatie kan ook vorm krijgen door een jaarlijkse storting in een fonds (bv bedrag per opgewekte megawattuur). Dit kan een duurzaamheids- of omgevingsfonds zijn. Ook dient vermeldt te worden, hoe men de omgevingsdialoog vorm wil geven en hoe draagvlak wordt verwacht voor het initiatief.
Na de financiële participatie wordt gekeken naar de participatie van het project in de omgeving, bijvoorbeeld door ofwel materiele participatie in de omgeving ofwel investeringen in de omgeving. De participatie wordt in relatie tot de totale investering bezien. De weging van dit criterium is 25% van de totale score.
3. Toename van de biodiversiteit op en direct nabij de projectlocatie (A2)
De kwaliteit van de toename van de biodiversiteit op en direct nabij de projectlocatie is een belangrijk criterium, waarop ook een ranking plaatsvindt. Daarbij dient de nul situatie en verwachte eindsituatie vermeldt te worden en dient gemotiveerd te worden hoe die bereikt gaat worden. Hierbij wordt getoetst aan realistische beelden, visualisaties en het gebruik van de juiste soorten. Plannen die biodiversiteit en ecologische versterking robuust meenemen in hun omzoming en ook werken aan populatieversterking om en op het terrein (onder andere door rekening te houden met de plaats en soort omheining) scoren hoger. De weging van dit criterium is 25% van de totale score.
4. De maatschappelijke kosten voor inpassing op het elektriciteitsnetwerk (A4)
De mate waarin men de indirecte kosten voor inpassing van het park in het elektriciteitsnetwerk verminderd wordt in dit criterium beoordeeld en gerankt. Hierbij wordt naast de maatregelen uit de visie (in 8.8 onder A4) ook gekeken naar de mogelijkheid om de aansluiting van meerdere zonneparken uit de voorkeursvolgorde te combineren. Projecten hebben contact gehad en zo mogelijk een offerte verkregen van de netbeheerder. Er wordt door de commissie een inschatting gemaakt in de beoordeling van de noodzaak op diepere netinvesteringen. De weging van dit criterium is 20% van de totale score.
5. Invulling van de waterbergingsfunctie in een gebied met een waterbergingsopgave (B1)
Deze criterium geldt voor parken die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in gebieden met een waterbergingsopgave. De score die hiervoor behaald wordt, wordt toegevoegd aan de score behaald onder 1 (criterium A3).
6. Afname van de stikstofdepositie in een zone van 1 kilometer rondom de Kampina (B2)
Dit criterium geldt met name voor parken die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in die zone. Ook bij parken die niet liggen in de zone, maar waarbij het park leidt tot een blijvende afname van de stikstofdepositie, kan hiervoor een score behaald worden. Voor die parken heeft de behaalde score hiervoor invloed op de totale score, die de ranking binnen de voorkeursvolgorde bepaald. De score die hiervoor behaald wordt, wordt toegevoegd aan de score behaald onder 1 (criterium A3).
7. Toename van de recreatieve en toeristische waarde (A5)
Deze criterium is van ondergeschikt belang in die zin, dat voorkomen dient te worden dat het park hierdoor meer zichtbaar wordt in het landschap. Wel dient gemotiveerd te worden hoe het park een bijdrage kan leveren aan de belevingswaarde, bijvoorbeeld door opname van een struinpad in de zone ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Hoewel ondergeschikt, kunnen alle parken op dit onderdeel beoordeeld en gerankt worden. De weging van dit criterium is 5% van de totale score.
Vanuit tender vier initiatiefnemers geselecteerd
De gemeente Boxtel heeft in 2020 met een tender (maximaal 50 hectare zonneparken) marktpartijen uitgenodigd om plannen voor zonneparken in te dienen. De basis hiervoor vormt de Visie zonne- en windenergie van de gemeente Boxtel, waarin is bepaald waar zonneparken zijn toegestaan en welke gebieden hierbij voorrang krijgen. Vanuit die tender zijn vier initiatiefnemers, waaronder de gemeente Boxtel zelf, door een onafhankelijke commissie geselecteerd. Zij kunnen hun plannen verder uitwerken en starten met de ruimtelijke procedure. De initiatieven zijn geselecteerd op basis van een score op vijf criteria, te weten de ruimtelijke kwaliteit, de mate waarin de omgeving participeert, de toename van de biodiversiteit, maatschappelijke kosten voor inpassing in het elektriciteitsnetwerk en de toename van de toeristisch/recreatieve waarde.
De gemeente Boxtel heeft in haar Visie zonne- en windenergie de ambitie omschreven dat het eigendom van zonneparken in de gemeente voor minimaal 50% lokaal in handen moet zijn van inwoners. Dit is in lijn met de ambitie van het Klimaatakkoord.